Over mildheid  – geinspireerd op Kahlil Gibran

Hierbij mijn derde en laatste bijdrage geïnspireerd op ‘de profeet’ van Kahlil Gibran, over ‘mildheid’:

Een jonge vrouw uit de menigte stapte naar voren en vroeg hem: “vertel ons over mildheid”. En hij zei:

Mildheid is de vorm waarin alle puzzelstukjes van je leven op hun plek vallen. Wie ben jij om bezwaar te maken tegen de Zaaier die met zijn hand de ervaringen in de voren van je levenslijn strooit?

Je oordeel staat je in de weg om mildheid toe te laten. Wat is je oordeel anders dan je eigen onvervulde behoefte? Wie heeft je verteld dat je eigen behoeften minder belangrijk zijn dan die van anderen? Het maakt je niet mooier om jezelf kleiner te maken, uit angst boven anderen uit te steken. Jij hebt je eigen plek op de akker van de Zaaier.

In het wegstoppen van je eigen behoefte zet je een masker op, waarvan je denkt dat de mensen je liever zo zien. In de spiegel van het leven herken je jezelf dan echter niet meer terug. Mildheid stelt je in staat achter je masker te laten kijken en met mildheid voor jezelf stel je je innerlijke criticus gerust. De waarschuwingen en de angst van je innerlijke criticus gaan altijd over vroeger en nooit meer over nu, zodra jij jezelf in mildheid toestaat jezelf voorbij zijn stem te laten zien.

Pas in mildheid voor jezelf kun je je eigen behoeften serieus nemen. En in het serieus nemen van je eigen behoeften, neem je ook jezelf en je plek op de akker van de Zaaier serieus. Het is niet iemand anders zijn taak om jouw behoeften te vervullen, dat is je eigen taak. Net zoals het niet iemand anders zijn taak is om van jou te houden, ook dat is je eigen taak.

Mildheid is ook op voorhand vergeving schenken. Vergeving zowel aan de ander, wanneer je je realiseert dat je pijn, ook al wordt hij aangeraakt door de ander, nooit van buitenaf komt, maar altijd van binnenuit. Vergeving ook aan jezelf, wanneer je niet trouw bent aan je verlangen en je behoeften. Want vergeving is een gebaar van mildheid en liefde aan jezelf. Vanuit de mildheid van je hart kun je ook oprecht schuld nemen, wanneer je handelen niet in lijn was met de zuivere intentie van je ziel, zonder in je verontschuldiging aan je eigen waarde af te doen.

Pas in mildheid voor jezelf, kun je ook mildheid voor de ander betrachten. In mildheid ligt de verbinding met jezelf en vandaaruit de verbinding tussen jou en de ander. Een verbinding die recht doet aan zowel jouw unieke eigenheid als aan die van de ander en aan jullie gezamenlijkheid die meer is dan de som van jullie apart.

Advertisements

Over de stilte en de (on)rust – la famille Belier

Joost Zwagerman schreef met “De stilte van het licht – schoonheid en onbehagen in de kunst” een prachtig boek met beschouwingen over stilte in de kunst, vooral in schilderijen. Een prestatie, want hoewel je stil kunt worden van schilderijen, is stilte moeilijk te vangen in een schilderij.  

Voor Zwagerman is kunst een vorm van protest tegen het ‘hier zijn’ en daarmee een uiting van het verlangen om ‘er niet te zijn’. De stilte in een kunstwerk is daarmee een hulpmiddel om in ieder geval tijdelijk even van de wereld te zijn.  Wel heel wrang dat Zwagerman na zijn boek zelf een einde aan zijn leven gemaakt heeft…

Naast de stilte in de beeldende kunst besteedt Zwagerman ook aandacht aan stilte in de muziek. Vooral het nummer 4’33” van John Cage staat hier in zijn boek symbool voor. 

Stilte in de muziek, in een film, die Zwagerman niet behandelt, speelt zich af bij ‘La famille Belier‘In een boerenfamilie in noord Frankrijk is iedereen doof, behalve de dochter. Zij regelt de contacten met  de buitenwereld en is daarmee onmisbaar voor het reilen en zeilen van het boerenbedrijf. Op school ontdekt zij bij toeval haar zangstem en een verlangen ontstaat om in Parijs aan een concours mee te doen voor een vervolgopleiding zang. Dat zorgt voor spanningen binnen het gezin. De moeder had bij de geboorte van haar horende dochter al spijt dat zij niet doof geboren was…

Een steutelscene in de film is de zanguitvoering op school. Tijdens het duet verschuift het perspectief voor ons als kijker langzaam naar de binnenwereld van de dove ouders. Zij horen de zang niet, maar merken wel hoe de rest van het publiek in de ziel geraakt wordt en ontroert reageert. De stilte in de film is op dat moment die van het bonzen van je eigen hartslag en het geruis van je eigen bloedsomloop. Onverteerbaar eigenlijk om dit muzikale hoogtepunt te moeten missen… En tegelijkertijd de uitnodiging om je te verplaatsen in de eeuwig stille wereld van de ouders en via je andere zintuigen de emotie toe te laten. 

Slotstuk is de uitvoering van ‘Je vole‘ die de dochter voor de dove ouders zelf met gebarentaal ondertitelt. Over opgroeien, loslaten, worden wie je bent en de loyaliteit aan het systeem van herkomst.

De vraag niet stellen is de intimiteit vermijden – geinspireerd op Kahlil Gibran

Hierbij mijn tweede bijdrage, geïnspireerd op ‘de profeet’ van Kahlil Gibran, over ‘vragen stellen’:

Een jonge vrouw uit de menigte stapte naar voren en vroeg hem: “vertel ons over vragen stellen”. En hij zei:

“Je vragen leven in je omdat je denkt dat je op zoek bent naar iets dat buiten je ligt. Maar ik zeg je dat het antwoord op je vraag al slapend diep binnen in je ligt, wachtend om wakker gekust te worden. Hoe kan het ook anders zijn? Soms heb je de woorden van de ander nodig om de waarheid binnen in jezelf te vinden.

Je geeft jezelf bloot in de vragen die je stelt. Het antwoord op je vraag bij de ander zoeken is intimiteit toelaten. Je hebt geleerd “vragen staat vrij”, maar ik zeg je dat je angst om intimiteit toe te laten, om gekend te worden, je in de weg staat om je vragen te stellen.

De vragen die in je leven, zijn de woorden van je verlangen. Je verlangen om te worden wie je kunt zijn. Je verlangen stuurt je op weg en je vragen wijzen je de richting. Je angst om de vragen te stellen, om de intimiteit toe te laten, om je te laten kennen, weerhoudt je er van te worden wie je kunt zijn.

In het toelaten van intimiteit ligt de sleutel, meer nog dan in het antwoord dat je denkt te zoeken. Pas als je in beweging bent gekomen, kun je je richting bepalen. Pas in het adem geven aan je verlangen, kun je jezelf zichtbaar maken voor de ander. Je verlangen om te worden wie je kunt zijn en het toelaten van intimiteit zijn dan ook hetzelfde.”

Over geluk – geinspireerd op Kahlil Gibran

Een mooie schrijfoefening, geinspireerd op ‘de profeet’ van Kahlil Gibran: schrijf een hoofdstuk over een thema naar keuze in zijn stijl. Hierbij mijn bijdrage over ‘geluk’:

Een jonge vrouw uit de menigte stapte naar voren en vroeg hem: “vertel ons over geluk”. En hij zei:
“Geluk is geen loon voor hard werken en het valt je niet vanzelf toe als beloning voor je goede daden.

Geluk ligt niet onbereikbaar op een bergtop op je te wachten, noch kun je het vasthouden wanneer je het hebt gevonden.

Geluk is niet dat je krijgt wat je wilt, geluk is dat je in staat bent te waarderen wat je toevalt.

Geluk is kunnen dansen in de plassen wanneer het regent, terwijl je op zonneschijn had gerekend, in het vertrouwen dat de stralen van de zon je ooit weer zullen drogen en opwarmen.

Je kunt je verstoppen in de schaduw en klagen over de kilte, maar daarin bevestig je alleen maar je eigen cynische gelijk. Je hoort in het volle licht, de Voorzienigheid heeft een plek voor je in de zachte stralen van de zon.

De warmte van de zon straalt ook in je ziel als je dat toelaat en met deze warmte kun je andere mensen bereiken. In je glimlach reikt jouw ziel uit naar de ander en in de verbinding ervaar je de rijkdom die we geluk noemen.”

Ratatouille – Waar kom je vandaan en waar hoor je bij?

image

In hoeverre moet je je aanpassen om ergens bij te horen? Hoe is het om je anders voor te doen om er bij te horen? Hoe is het om je te moeten aanpassen om daar bij te horen waar je vandaan komt? Kun je, zonder je afkomst te verloochenen, trouw blijven aan je gezin van herkomst en je toch ook verbinden aan daar waar je bestemming ligt?

Hoe kun je zulke vragen beter illustreren dan aan de hand van een animatiefilm? Afgelopen zomer waren we met het gezin in Disneyland Parijs bij de attractie Ratatouille. Door een technische storing ging het bijna niet door, maar dat leverde wel tickets op voor de snelle rij later op de dag. De attractie is een combinatie van 3D film terwijl je met karretjes door de immense keuken, het restaurant en de voorraadkasten rijdt. We vonden het zo leuk, dat we er daarna direct nog een keer in zijn geweest. Daardoor realiseerde ik me dat ik de film zelf nog niet kende. Het verhaal over een kokende rat had me nooit zo aangetrokken, maar na deze pretpark ervaring had ik blijkbaar nog wat in te halen. En hoe!

De film is, laat dat maar aan Disney Pixar over, een gelaagd verhaal over loyaliteit, familie, trouw, keuzes maken, je bestemming vinden. Kortom over de zoektocht naar jouw plek op deze wereld, in  het volle besef van waar je vandaan komt, zonder dat als belemmering te accepteren. Voor een rat is het een grote stap om zich culinair te willen ook ontplooien, terwijl je hele familie van de vuilnisbelt eet en daar trots op is. En om als rat een plek in de keuken te krijgen tussen de mensen, terwijl de regelgeving streng toeziet op hygiëne, is helemaal lastig.

Toch maakte een scene met de hatelijke recensent, de restaurant criticus met de briljante naam Anton Ego, op mij de meeste indruk. Om de kwaliteiten van het restaurant te bewijzen, moet er iets gekookt worden dat de criticus zal overtuigen. Wat dan te maken? Ratatouille natuurlijk. Maar hoe maak je dat zodanig klaar dat de zure criticus er lovend over zal schrijven? Het antwoord is even simpel als doeltreffend en even verbazingwekkend.

Eigenlijk gaat het over de kracht van eten om secure base herinneringen te ontsluiten: Final tasting.

Verandering op verandering…

In de serie over het transitiemodel van William Bridges beschrijven Jakob van Wielink en ik wat er met mensen binnen een organisatie kan gebeuren bij (ingrijpende) veranderingen op het werk. Dit inzicht hebben we ook verwerkt in een kort filmpje waarin de achtergronden toegelicht worden.

Kort gezegd komt het er op neer dat bij elke verandering waar onvoldoende gelegenheid is om afscheid van de oude situatie te nemen, een aantal medewerkers ‘achterblijft’ in die oude situatie of blijft hangen in het ‘tussengebied’, halverwege de nieuwe gewenste situatie. Misschien werken ze aan de buitenkant wel mee, maar emotioneel en psychologisch zijn ze niet (meer) verbonden. Bij een verandering loopt de organisatie op die manier het risico om de betrokkenheid van medewerkers te verliezen.

Wat gebeurt er dan wanneer het tempo van veranderingen onverminderd hoog blijft? Wanneer verandering op verandering volgt? Er kan dan een stapeling van verliezen ontstaan, vergelijkbaar met de afzetting van sedimentair gesteente: laag op laag. Bij een dwarsdoorsnede van het personeelsbestand zou de ‘organisatiegeoloog’ alle mislukte veranderingen uit het verleden aan kunnen treffen als gestolde organisatierouw bij de medewerkers. In dit filmpje maken we deze stapeling van verliezen zichtbaar.

 

Rituelen rondom rouw bedoeld voor ‘overgave en aanvaarding’?

Een dapper artikel in de NRC van 6 aug 2014: ‘Na MH17 is christendom definitief antieke godsdienst‘ door Joost Röselaers, predikant van de Nederlandse Kerk in Londen. Daarin erkent hij de werking van seculiere rituelen bij rouw: ‘Ook zonder geloof zijn er rituelen waarin mensen uiting kunnen geven aan hun boosheid en verdriet‘ en: ‘De rituelen zorgden ook voor saamhorigheid en eenheid.

Toch stelt hij natuurlijk ook de vraag: ‘Heeft het christelijk geloof ons dan niks meer te bieden?‘ om die vervolgens toch bevestigend te beantwoorden: ‘Ik zou twee aspecten willen noemen die ik nu nog mis in de seculiere rouwverwerking. Allereerst, blijvende aandacht voor moedeloosheid en verdriet. Niet alleen hier maar ook op andere plaatsen in de wereld.‘ Hier raakt hij aan twee verschillende aspecten, namelijk de kracht van de herhaling bij herinneren en herdenken, zoals een vaste jaarlijkse dag van nationale rouw, maar ook juist aan het brede verlies dat over landsgrenzen heen gaat. De moeilijke vragen zijn of we regelmatig willen blijven stilstaan bij de effecten van deze en andere rampen en op welke manier we ons verliezen verder van ons bed aantrekken? Toch heeft religie niet het monopolie op deze moeilijke vragen, laat staan de antwoorden. Deze vragen zijn evenzeer humanistisch, algemeen menselijk en daarmee seculier. De predikant heeft wel gelijk dat er ook uit die hoek nog geen antwoord is.

Het tweede gemis van de predikant bij de seculiere rituelen betreft overgave: ‘Het besef dat leven en dood een mysterie zijn, waar we slechts in alle bescheidenheid over kunnen spreken. Vanuit de Engelse kerkelijke traditie krijg ik woorden en rituelen aangereikt om dit mysterie te benoemen en soms zelfs te aanvaarden.‘ In het benoemen ligt erkenning besloten en dat is van grote waarde. Toch is ook hier volgens mij geen sprake van een religieus monopolie. En de ‘aanvaarding’ is nu juist terecht onderwerp van discussie: alsof aanvaarding een (eind) doel zou moeten zijn bij verlies en rouw. Dat kan bijgeschreven worden als een fabel, als (rouw) mythe, een overblijfsel uit een misinterpretatie van het werk van Elisabeth Kübler-Ross. Toch heeft de predikant bij het begrip ‘overgave’ wel een thema te pakken dat lastig in te passen is in onze zogenaamde ‘tijd van maakbaarheid’. Als de ramp ons ergens mee geconfronteerd heeft, dan is het wel met onze kwetsbaarheid die in schril contrast staat met die zogenaamde maakbaarheid.

De predikant sluit af met de oproep, of misschien is het meer een verzuchting: ‘Het zal een uitdaging vormen voor politici, dichters en theologen om de aanvaarding van leed te vertalen naar een seculiere context.‘ Los van mijn eerder beschreven moeite met de term ‘aanvaarding’ en het ontbreken van o.a. filosofen, geestelijk verzorgers, therapeuten, rouwdeskundigen, psychologen, buurvrouwen en buurmannen in de opsomming, gaat er wel een grote aantrekkingskracht uit van de wens om in een seculiere context met verlies en rouw om te kunnen gaan. Om antwoorden te geven op vragen over leven en dood, antwoorden die ons echter al millennia lang ontglippen. Antwoorden die je ook niet voor een ander blijkt te kunnen geven. Hoe universeel herkenbaar rouw ook is, zo volstrekt individueel en eenzaam wordt het gedragen.  Antwoorden verstoppen zich in het zoeken naar en toekennen van zin en betekenis in en aan gebeurtenissen die in zich zelf zinloos zijn en blijven. 

De enig haalbare manier om vorm te geven aan een integratie van dreigend verlies in ons leven, komt voor mij van de jonge moeder die met haar twee kleine zoontjes de eerste toestellen op Eindhoven stond op te wachten en bloemen in het hekwerk vlocht. In vol bewustzijn van de machteloosheid zag zij het als mede-menselijke taak om daar te zijn, met haar kinderen: ‘ik kan ze niet overal tegen beschermen, maar ik kan ze wel laten zien dat we hier kunnen zijn‘. Zij gaf invulling aan de ‘nulde taak‘ in de rouwarbeid, die van opvoeden en opgroeien met een besef van leven en sterven.

Als we als maatschappij om willen kunnen gaan met kwetsbaarheid, dan moet het niet van anderen komen, maar van ons zelf en van het voorbeeld dat we onze kinderen geven. Het onderscheid ‘religieus’ of ‘seculier’ is dan van veel minder belang, dan gaat het om ons vermogen om ons te laten raken en ons bewust te zijn van onze kwetsbaarheid.

Van wie is de rouw?

Het is niet onze rouw” meldt de Limburger in een interview met rouwdeskundige Daan Westerink over de ramp met vlucht MH17. In zo’n kop gaat mogelijk de nuance verloren. In het artikel zelf geeft Westerink aan niemand te willen oordelen en roept zij terecht op om de rouw bij de nabestaanden te laten en deze niet van hun over te nemen. Daar heb ik alle gevoel bij, iedereen verdient de mogelijkheid om op eigen manier afscheid te nemen. Daan Westerink beperkt in haar artikel de rouw echter tot de verliezen aan slachtoffers. Hiermee gaat zij er aan voorbij dat rouw als reactie op elk betekenisvol verlies kan optreden. Niet alleen een verlies door de dood, elk soort verlies kan aanleiding geven tot rouwreacties.

De ramp kan bij ons allemaal tot rouw leiden, ook al zijn we niet allemaal nabestaanden volgens de verwantschap van de ‘bloedlijn’. Ieder van ons heeft iets verloren bij de ramp, dat heeft de dag van nationale rouw wel duidelijk gemaakt. We leven niet alleen mee met de nabestaanden, er wordt niet alleen aan onze eigen eerdere verliezen geraakt. We hebben ook iets ongrijpbaars verloren. We zijn illusies armer, ons des te meer bewust van onze kwetsbaarheid. We stappen niet meer zonder nadenken in een vliegtuig, oorlogen verder weg komen veel dichter bij.

Wat me aan de titel van het artikel dat ik hierboven aanhaal tegenstaat,  is dat het onderscheid maakt tussen ‘ons’ en ‘hun’. Als we stellen dat het niet ‘onze’ rouw is, hoe goed bedoeld ook voor de nabestaanden, treedt er een mechanisme van vergelijking in werking. Binnen de rouw is er soms een nare kant van vergelijking van de mate van rouw werkzaam. Veelal wordt dit toe-eigeningsmechanisme gebruikt om verschillende verliezen te vergelijken, soms echter ook om verschillende reacties op hetzelfde verlies tegen elkaar af te zetten. Doel lijkt altijd de rechtvaardiging van het eigen gevoel, ten koste van dat van de ander: ‘mijn verlies is groter dan dat van jou’, of ‘dat van jou mag je geen verlies / rouw noemen’. Cru gezegd de vergelijking met het dode huisdier, het ontslag, de scheiding. Veelal lijken dergelijke reacties bedoeld om de betekenis van de eigen relatie tot degene die of datgene wat verloren is, belangrijker te maken of recht te claimen op de eigen rouw, voor zover dat nodig zou moeten zijn. Die vergelijkingskant van rouw hoort bij de minst mooie kant van de manier waarop mensen met verlies omgaan. Hoe goed bedoeld het dan ook is om mensen hun eigen rouw te gunnen, niemand is er bij gebaat om dat via een tegenstelling te doen.

Want wie bepaalt er wie wat verloren heeft, welke betekenis dat heeft en wie er recht heeft op welke rouw? Ik heb niet graag dat anderen dat voor mij invullen. Het risico bestaat dan namelijk dat mijn verlies en mijn rouw niet erkend worden. Laat een ander dat niet voor mij invullen. Als de dag van nationale rouw iets heeft laten zien, dan is dat wat de waarde van erkenning is. Daar past wat mij betreft geen tegenstelling achteraf bij tussen ‘ons’ en ‘zij’, hoe goed bedoeld ook.

MH17 en de lege plekken die achter bleven

Sommige gebeurtenissen zijn te groot om over te schrijven. in ieder geval voor mij te groot om over te schrijven. Dan is het fijn als anderen die taak op zich nemen. Nadat Riet Fiddelaers-Jaspers al mooi ingetogen commentaar had geleverd bij de TV beelden van de aankomst van de eerste vlucht met lichamen, op de dag van nationale rouw, schreef zij de maandag er na nog de beschouwing: ‘Rouw is liefde die zijn adres is kwijtgeraakt‘. ‘Verplichte literatuur’ zou ik zeggen.

Aangrijpende beelden hebben we gezien naar aanleiding van de neergehaalde vlucht MH17. Beelden van de rampplek, van de bloemenzee bij de vertrekhal van Schiphol, van de thuiskomst van de eerste kisten en de eindeloze stoet met rouwauto’s op weg naar Hilversum voor de identificatie van de slachtoffers. Beelden die in hun verstilling bijzondere indruk op me maken, zijn gemaakt door Ilvy Njiokiktjien. Zij maakte de fotoserie ‘The Empty Spaces Left Behind by Malaysia Airlines Crash‘. Deze lege plekken die achterblijven maken des te schrijnender zichtbaar en voelbaar wat niet meer gevuld zal worden.

Hoe gaan nabestaanden om met die lege plekken? Welke lege plekken worden monumenten ter nagedachtenis, altaren waarop de herinnering levend wordt gehouden? De kracht van de lege plek is voelbaar voor iedereen die zich wel eens heeft ingebeeld dat de lege plek gevuld was met diegene die gemist wordt. In rouwbegeleiding is dit zelfs een gangbare oefening, vergelijk het met het schrijven van een brief aan iemand die er niet meer is. De brief kun je niet meer laten bezorgen, toch kan het schrijven er van, het toevertrouwen van de woorden aan het papier, helend werken. Even zo werkt het gesprek met de lege stoel. Er is fysiek niemand om iets terug te zeggen, toch heeft het gesprek de volledige lading van wat er nog gezegd mag worden.

In de kinderfilm Nanny McPhee (deel 1) speelt een lege stoel ook een essentiële rol. Het is de stoel van de overleden moeder. De vader moet om financiële redenen hertrouwen, de kinderen jagen er intussen de ene na de andere kinderjuf doorheen. Totdat Nanny McPhee ten tonele verschijnt. Niet alleen geeft zij de vader en de huishoudster wijze raad, niet alleen brengt zij de kinderen op magische wijze verantwoordelijkheidsbesef bij, zij toont op meerdere momenten in de film stilzwijgend respect aan de afwezige en door iedereen gemiste moeder, door de lege stoel, die door de vader ook angstvallig vrij gehouden wordt, te groeten met een respectvolle buiging.

Is dat ook wat ons te wachten staat? Te buigen voor het lot? Hoe verzoen je je met het onverzoenbare? Hoe draag je de last van een dergelijke ramp? Buigen is iets anders dan accepteren, dan het hoofd in de schoot leggen. Buigen wil niet zeggen dat verantwoordelijken de dans mogen ontspringen. Buigen wil wel zeggen dat we op een bepaald niveau te nemen hebben wat er is, het verlies en de rouw te nemen, betekenis te geven aan wat zinloos is en blijft.